Om niet langer afhankelijk te zijn van buitenlandse constructeurs neemt de SNETA en haar directeur, de heer Nélis de beslissing een Nationale Belgische Vennootschap voor vliegtuigbouw op te richten. Zo werd de Belgische Naamloze Vennootschap voor Vliegtuigbouw of S.A.B.C.A. (la Societé Anonyme Belge de Constructions Aéronautiques) opgericht. Deze oprichting gebeurde op 16 december 1920.
Het verloop van S.A.B.C.A. over de jaren heen
Gedurende de eerste tien jaren verricht S.A.B.C.A. enorm veel opdrachten in
licentie voor Franse, Engelse en Italiaanse constructeurs. Men houdt zicht voornamelijk
bezig met het maken van les- en jachtvliegtuigen. De productiecapaciteit in
die jaren is één vliegtuig per dag, maar in geval van nood kon
dit oplopen tot tien per dag.
Vanaf 1926 gaat de westerse wereld gedrukt onder een internationale economische crisis wat ervoor zorgt dat de tien volgende jaren crisisjaren zijn. Door de economische crisis daalt het aantal luchtvaartindustriëlen. S.A.B.C.A. poogt uit het dal te geraken door vliegtuigen van eigen makelij op de Belgische markt te brengen. Dit opzet slaat echter niet aan. In 1938 waagt S.A.B.C.A. een poging op de markt van de toerisme-vliegtuigen, maar ook dit plan mislukt. S.A.B.C.A. gaat dan samenwerkingsakkoorden aan met buitenlandse ondernemingen. Eén van deze buitenlandse firma’s is het Italiaanse Caprioni. In deze samenwerking houdt S.A.B.C.A. zich vooral bezig met het ontwerpen en vervaardigen van militaire vliegtuigen.
Dit samenwerkingsakkoord betekent nog niet het einde van de crisisjaren. De crisis van de jaren ’30 wordt nog aangevoeld in de jaren ’40. Deze periodes waren de donkere jaren van S.A.B.C.A. en dit om allerhande redenen. In tegenstelling tot andere partijen heeft S.A.B.C.A. geen eer gehaald uit het oorlogsconflict.
Tijdens de oorlog werd S.A.B.C.A. bezet door de Duitsers. Toen die Duitsers hoorden dat de Engelsen België aan het bevrijden waren, hebben zij S.A.B.C.A. in brand gestoken, waardoor S.A.B.C.A. vanop nul kon herbeginnen. De eerste jaren na de oorlog probeerde S.A.B.C.A. zich met beperkte middelen staande te houden. Ze hielden zicht voornamelijk bezig met het herstellen van hun fabricagemogelijkheden. Naderhand breidde S.A.B.C.A. zicht uit dankzij een Zwitserse vergunning voor de productie van freesmachines.
De periode van 1953 tot 1959 noemt men ‘de nieuwe start van S.A.B.C.A.’. Eind 1953 wordt er een contract getekend met het in Europa gelegerde Amerikaanse leger voor de revisie van straalvliegtuigen. S.A.B.C.A. gebruikt hiervoor het vliegveld van Gosselies voor hun proefvluchten.
In 1957 doet de Raket haar intrede bij S.A.B.C.A. onder de naam ‘Vogelpik’. Door het afzeggen van de bestellingen verliezen 200 mensen hun werk in Gosselies, wat het aantal werknemers te Gosselies op 290 brengt. In dit jaar gaat met zich reeds richten op de civiele luchtvaart als aanvulling op de militaire luchtvaart. Daarom gaat men contracten aan met Fokker en Sud-Aviation. Op 21 januari 1960 valt de beslissing om de F-140G-vliegtuigen te kiezen voor de Belgische luchtmacht. Hier spreekt men van het ‘contract van de eeuw’. Dit contract van de eeuw neemt een groot deel van de zestiger jaren in beslag.
In het begin van 1968 daalt de industriële activiteit. Ondanks deze daling blijft men bij S.A.B.C.A. optimistisch. Er wordt namelijk veel verwacht van het contract van de Mirage 5. dit gebeurt in samenwerking met Dassault. Deze periode begint in 1968 met de kapitaalsverdubbeling van S.A.B.C.A. en eindigt in 1975 op het ogenblik dat de F-16 van General Dynamics als opvolger wordt gekozen voor de verouderde F-104G. Tevens vangt men de productie aan van componenten voor de F-1.
Op 7 juni 1975 valt de beslissing dat de F-16 gekozen wordt als opvolger van de F-104G. De productie van de vleugels wordt toegewezen aan S.A.B.C.A.. De productie van de F-16 wordt omschreven als het ‘tweede contract van de eeuw’. Deze periode duurt van 1976 tot 1983. Naast deze productie houdt S.A.B.C.A. zich bezig met de Ariane en de Leopard-tank voor het Belgisch leger.
Op 7 september 1988 wordt beslist om S.A.B.C.A. Limburg op te richten. Deze wordt opgericht om onderdelen te kunnen produceren. Deze fabriek wordt volledig beheerd door S.A.B.C.A. Brussel en S.A.B.C.A. Charleroi (Gosselies). Deze twee S.A.B.C.A.-ondernemingen bezitten samen 100 % van de aandelen van S.A.B.C.A. Limburg N.V. en dus wordt S.A.B.C.A. Limburg N.V. een dochteronderneming. Zo zijn er drie verschillende S.A.B.C.A.-fabrieken verdeeld onder de drie landgebieden.
De gebeurtenissen van 11 september 2001 in de Verenigde Saten toonden de gevoeligheid
van het luchttransport en er moest een lager ritme ingevoerd worden voor de
lopende productie van vliegtuigen. De impact bij S.A.B.C.A. bleef tot nu toe
beperkt dankzij andere activiteiten, namelijk ruimtevaart en defensie.